Nieuws

> juli

> juni

> mei

> april

> maart

 

23-05Europa's Mooiste - deel 2

De 'bijna-stunt' van Luxemburg
Door Bert Schabbink

1964. De internationale politiek staat in het teken van diverse hervormingen in Afrika en natuurlijk de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy een jaar eerder. De hegemonie van Real Madrid in het Europese clubvoetbal is voorbij. Benfica en Internazionale zijn de nieuwe toonzetters. 

Het Europees kampioenschap voor landenteams krijgt intussen steeds meer voet aan de grond. Waren er vier jaar eerder nog maar zeventien teams die zich inschreven, voor het toernooi in 1964 zijn dat er al 29. Veel toplanden lieten het EK van 1960 voor wat het was, vier jaar laten zijn bijna alle supermachten van de partij. 

Slechts Duitsland, Finland, Schotland en voetbaldwerg Cyprus hebben nog steeds geen zin in een EK.

Spanje
Als gastland is Spanje gekozen. Die keus maakt de tongen los. Want waren het niet de Spanjaarden die niet tegen de Sovjet-Unie wilden spelen bij de vorige editie van het EK? Bovendien: voetballen in het land waar de dictatuur van Franco heerste, vinden velen ongepast. 

Toch kiest de organisatie voor Spanje want met Real Madrid en Barcelona heeft dat land niet alleen topclubs in huis, ook de beide stadions Nou Camp en Bernabeu lenen zich uitstekend voor topvoetbal.

Opschudding
De kwalificatie zorgt voor opschudding. Net als bij het eerste EK gaat er een ontmoeting niet door vanwege politieke motieven. Griekenland loot Albanië, weigert te spelen en wordt gediskwalificeerd. Maar voor nog meer (sportieve) verbazing zorgt Luxemburg. 

Het groothertogdom is voor de eerste ronde vrijgeloot en wordt dan gekoppeld aan Nederland. Oranje doet voor het eerst mee aan het EK. En niet voor de laatste keer met interne problemen. Tijdens een wedstrijd van het toenmalige 'Voorlopig Nederlands Elftal' tegen een Londense combinatie wordt Coen Moulijn ongenadig uitgefloten. 

Die is daardoor van de kaart en dat ontlokt Co Prins weer de uitspraak dat 'wij eigenlijk met tien man hebben gespeeld'. De controverse Ajax versus Feyenoord laait op en de Rotterdammers besluiten de Feyenoord-belangen te laten prevaleren: ze stellen zich niet meer beschikbaar voor Oranje. 

Winst tegen Zwitserland
Zonder de Feyenoorders wordt het eerste EK-duel tegen Zwitserland met 3-1 gewonnen. Tijdens de return in Bern zijn de Feyenoorders er wel weer bij en via 1-1 plaatst Oranje zich voor de volgende ronde.

Daarin wacht dus Luxemburg. Appeltje, eitje voor Oranje, toch? Zeker als de Luxemburgers besluiten hun thuiswedstrijd in Nederland te spelen. Een paar duizend man op de tribune of enkele tienduizenden, de Luxemburgers willen de portemonnee spekken. En inderdaad, als Luxemburg in het Amsterdamse Olympisch Stadion 'thuis' speelt, zijn er bijna 50.000 toeschouwers aanwezig. Die zien een modderend Oranje dat niet verder komt dan 1-1. 

Geen paniek, tijdens de return in Rotterdam wordt alles rechtgezet. Maar de Luxemburgers hebben een verrassing in petto. Twee spelers zijn losgeweekt bij Standard Luik en trainer Heinz tovert een ultra-defensief systeem uit de hoed. Oranje loopt zich erop stuk en tot afgrijzen van de Kuip scoort Camille Dimmer twee keer voor Luxemburg. Na de 1-1 in Amsterdam zorgt Oranje voor het dieptepunt in de eigen historie want met 1-2 plaatsen de Luxemburgers zich voor de volgende ronde.

Geen Dimmer
Zonder Camille Dimmer (de held van Rotterdam is geblesseerd) treft Luxemburg nu Denemarken. De winnaar van die ontmoeting mag naar de eindronde in Spanje. Het eerste duel in Luxemburg eindigt spectaculair in 3-3. Ook tijdens de return in Kopenhagen komt er geen winnaar: 2-2. 

De reglementen schrijven dan nog voor dat er een beslissingsduel moet komen. Dat wordt gespeeld in Amsterdam, waar het Luxemburgse EK-wonder dus ook begon. Vlak voor rust maakt Ole Madsen (die later nog voor Sparta zou spelen) de winnende voor de Denen en zij gaan dus naar het eindtoernooi.

Rode shirts
De andere drie ploegen om de tweede EK-titel gaan strijden zijn gastland Spanje, Hongarije en regerend kampioen Sovjet-Unie. Dat geeft gelijk al een probleem want die vier ploegen spelen normaal stuk voor stuk in het rood. Spanje en Denemarken mogen uiteindelijk hun eigen shirt aantrekken, de andere ploegen spelen in het wit. 

In het Estadio Bernabéu is Spanje pas na verlenging te sterk voor Hongarije, terwijl de Sovjet-Unie voor de tweede keer de finale haalt door in Nou Camp de zwakke Denen met 3-0 opzij te zetten.

En dus zijn Spanje en Sovjet-Unie de finalisten. Dictator Franco kan nu geen kant meer op en hem rest niets anders dan zijn aartsvijanden vriendelijk te onthalen. Hoe anders was dat bij de vorige ontmoeting toen Spanje op de luchthaven besloot niet naar Moskou af te reizen. 

Voor 130.000 uitzinnige toeschouwers is de finale een sportieve en leuke wedstrijd. Binnen tien minuten is het 1-1 door treffers van Pereda en Chussainov. Het winnende doelpunt valt acht minuten voor het einde: Marcelino kopt Spanje naar de enige voetbalhoofdprijs die het ooit won.